Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Camping De Fazant Ellemeet
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.1676.00050BpGhp-ontw

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. grondgebonden agrarische bedrijven;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hoveniersbedrijf' (sa-hv): uitsluitend voor een hoveniersbedrijf;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing' (sa-li): uitsluitend voor aanleg, instandhouding en beheer van landschappelijke inpassing conform het bij dit bestemmingsplan horende inrichtingsplan, d.d. 17 februari 2012, opgesteld door Bosch & Slabbers.

3.2 Bouwregels

 Voor het bouwen gelden de volgende regels:

3.2.1 Bouwregels voor bouwvlakken

Met betrekking tot het bouwen gelden de aanduidingen en de volgende regels:
  1. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'zonder bedrijfswoning' (-bw) is geen bedrijfswoning toegestaan;
  3. indien gebouwen en overkappingen niet aaneen worden gebouwd, bedraagt de onderlinge afstand ten minste 3 meter.
 

3.2.2 Bouwregels voor gronden buiten bouwvlakken

Op gronden buiten bouwvlakken mogen worden gebouwd:
  1. terreinafscheidingen; 

3.2.3 Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste: 
 
 bouwwerk goothoogtebouwhoogte oppervlakte / inhoud 
 1bedrijfsgebouwen en overkappingen binnen een bouwvlak 6 meter 12 meter 
 2overige bouwwerken of overkappingen, geen gebouwen zijnde  1 meter 

3.3 Nadere eisen

3.3.1 Eisen

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van:
  1. de plaatsing van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar;
  2. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen;
  3. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.3.2 Voorwaarden

Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten.

3.4 Afwijken van de bouwregels

3.4.1 Afwijking vergroting gebouwen buiten bouwvlak

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2 voor het bouwen van een gebouw of overkapping, buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: 
  1. het oppervlak bedraagt ten hoogste 100 m²; 
  2. de goothoogte bedraagt ten hoogste 4 meter, de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 8 meter; 
  3. ontheffing wordt verleend indien is aangetoond dat:
    1. ontheffing noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering van het grondgebonden agrarisch bedrijf; 
    2. plaatsing op het bouwvlak niet mogelijk of doelmatig is; alvorens de ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de agrarisch deskundige; 
  4. voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van ten minste 5 meter;
  5. ontheffing leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
  6. ontheffing is noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering;
  7. ontheffing wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.

3.4.2 Afwijking hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde hoger dan 1 meter, met in achtneming van het volgende:
  1. de bouwhoogte van het bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 2,0 meter;
  2. ontheffing is noodzakelijk in verband met de aard en omvang van de agrarische bedrijfsvoering; alvorens ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de agrarisch deskundige;
  3. ontheffing leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

3.5 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: 
  1. de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niet toegestaan;
  2. een NED is niet toegestaan; 
  3. het huisvesten van seizoensarbeiders, anders dan in een niet-permanent kampeermiddel op een minicamping, is niet toegestaan;
  4. de opslag van dierlijke mest op (een deel van) de gronden en in de gebouwen is niet toegestaan; 
  5. het gebruik van kuilvoerplaten en sleufsilo's ten behoeve van de opslag van producten die niet afkomstig zijn van, of worden gebruikt op, het eigen agrarisch bedrijf, is niet toegestaan;
  6. het gebruik van mestbassins buiten het bouwvlak, is niet toegestaan;
  7. containervelden zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan;
  8. het gebruik van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode van langer dan 10 weken is niet toegestaan;
  9. paardenbakken zijn niet toegestaan;
  10. bij een paardenbak is het gebruik maken van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten niet toegestaan;
  11. het gebruik van (een deel van) de gebouwen als seksinrichting is niet toegestaan;
  12. fruitteelt ter plaatse van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) is niet toegestaan;
  13. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in kassen is niet toegestaan, tenzij de kassen (gevel en dak) aan de binnenzijde volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling;
  14. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in boog- en gaaskassen is niet toegestaan;
  15.  het gebruik van (een deel van) de gronden en gebouwen voor detailhandel is niet toegestaan.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid

3.6.1 Wijziging na bedrijfsbeëindiging

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ter plaatse van de aanduiding bouwvlak te wijzigen in de bestemming Wonen met de aanduiding 'voormalig agrarisch bedrijf' en / of in de bestemming Wonen met de aanduiding 'zonder gebouwen' en / of in de bestemming Wonen met de aanduiding NED en / of in de bestemming Agrarisch zonder aanduiding, met in achtneming van het volgende: 
  1. het agrarisch bedrijf is beëindigd;
  2. het gebruik van een bestaande NED mag worden voortgezet;
  3. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; alvorens de wijziging toe te passen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de milieudeskundige.