Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Camping De Fazant Ellemeet
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.1676.00050BpGhp-ontw

Artikel 12 Algemene aanduidingsregels

12.1 Vrijwaringszone - molenbiotoop (gebiedsaanduiding)

12.1.1 Omschrijving van de gebiedsaanduiding

De op de verbeelding tevens voor vrijwaringszone molenbiotoop aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en/of herstel van de aanwezige functionele, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde van een molen.

12.1.2 Gevolgen van de gebiedsaanduiding

Om binnen de op de verbeelding aangeduide vrijwaringszone molenbiotoop vrije windvang te garanderen en het zicht op de betrokken molen veilig te stellen, geldt - tenzij vrije windvang of het zicht ter plaatse reeds is beperkt - het volgende:
  1. binnen een afstand van 100 meter tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;
  2. binnen een afstand van 100 tot 400 meter tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/100 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek;
  3. indien op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge het bepaalde onder b, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2.

12.1.3 Afwijken van de gebiedsaanduiding

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12 lid 1.2 teneinde hogere bebouwing toe te laten, mits:
  1. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing; of
  2. het afwijken de belangen van de molen in verband met de nieuw op te richten bebouwing niet onevenredig zouden schaden.
  3. afwijking van de onder artikel 12 lid 1.2 sub a bedoelde afstands- en/of hoogtematen de belangen van de molen in verband met de nieuw op te richten bebouwing niet onevenredig zouden schaden.

12.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. Het is verboden op of in de in lid 1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) opgaande beplantingen en bomen aan te brengen.
  2. Het verbod onder a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
    1. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
    2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
  3. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, voor zover het de vrije windvang van de molen niet onevenredig wordt belemmerd.
  4. Alvorens omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Vereniging Zeeuwse Molen.